
Wanneer u wordt verdacht van een strafbaar feit, kan het Openbaar Ministerie onder bepaalde voorwaarden vragen om u langer vast te houden terwijl de strafzaak nog wordt onderzocht. Vanaf het moment dat de rechter-commissaris de bewaring beveelt, is sprake van voorlopige hechtenis. Voorlopige hechtenis is geen straf. U bent op dat moment nog verdachte en niet veroordeeld. Omdat iemand zijn vrijheid wordt ontnomen voordat de strafrechter over schuld en straf heeft beslist, gelden wettelijke voorwaarden voor het toepassen en voortzetten van voorlopige hechtenis. De rechter moet onder meer beoordelen of de verdenking sterk genoeg is, of het gaat om een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan en of er een wettelijke reden bestaat om de verdachte vast te houden.
Voorlopige hechtenis: hoe lang duurt het en wanneer komt u vrij?
Wat is voorlopige hechtenis?
Voorlopige hechtenis is vrijheidsbeneming van een verdachte op bevel van de rechter, voordat de strafzaak definitief is afgedaan. Voorlopige hechtenis is de verzamelnaam voor bewaring, gevangenhouding en gevangenneming. In de gebruikelijke route na een aanhouding volgen eerst de bewaring en daarna eventueel de gevangenhouding. De bewaring wordt bevolen door de rechter-commissaris. Als het Openbaar Ministerie de verdachte daarna nog langer wil vasthouden, beslist de raadkamer van de rechtbank over de gevangenhouding. Het begrip voorarrest is ruimer. Daarmee wordt doorgaans de gehele periode bedoeld waarin een verdachte voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak vastzit, dus ook de periode na de aanhouding op het politiebureau, vóórdat de voorlopige hechtenis begint.
Wanneer is voorlopige hechtenis toegestaan?
Niet bij iedere verdenking kan voorlopige hechtenis worden toegepast. Als hoofdregel moet er sprake zijn van een verdenking van een misdrijf waarop volgens de wet een gevangenisstraf van vier jaar of meer staat. De wet noemt daarnaast verschillende specifieke strafbare feiten waarvoor voorlopige hechtenis eveneens mogelijk is, ook als daarop een lagere maximale gevangenisstraf staat. Voor verdachten zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland bestaan daarnaast ruimere mogelijkheden om voorlopige hechtenis toe te passen. Dat een strafbaar feit onder deze wettelijke regeling valt, betekent nog niet automatisch dat een verdachte ook daadwerkelijk in voorlopige hechtenis mag worden genomen.
Wat zijn ernstige bezwaren?
Voor voorlopige hechtenis moeten in beginsel ernstige bezwaren tegen de verdachte bestaan. Ernstige bezwaren gaan verder dan het redelijke vermoeden van schuld dat nodig is om iemand als verdachte aan te merken. Er moeten op dat moment voldoende concrete aanwijzingen bestaan dat de verdachte het strafbare feit heeft gepleegd. De rechter beoordeelt dit aan de hand van het dossier dat op dat moment beschikbaar is. De beoordeling kan tijdens het verloop van de strafzaak veranderen. Nieuw onderzoek kan de verdenking sterker maken, maar kan de ernstige bezwaren ook verminderen of wegnemen.
Welke gronden zijn er voor voorlopige hechtenis?
Naast de ernstige bezwaren, moet er een wettelijke grond bestaan om de verdachte vast te houden. Een grond kan bijvoorbeeld aanwezig zijn wanneer er een ernstig risico bestaat dat de verdachte vlucht. Ook kan voorlopige hechtenis worden gebaseerd op gevaar voor herhaling. De rechter beoordeelt dan of ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen. Bij zeer ernstige strafbare feiten kan ook de zogenoemde geschokte rechtsorde een rol spelen. Het moet dan gaan om een verdenking van een strafbaar feit waarop twaalf jaar gevangenisstraf of meer staat en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. Een andere mogelijke grond is het onderzoeksbelang. Voorlopige hechtenis kan bijvoorbeeld noodzakelijk worden geacht wanneer het onderzoek nog loopt en er een concreet risico bestaat dat de verdachte bij invrijheidstelling het onderzoek beïnvloedt, bewijsmateriaal wegmaakt of afspraken maakt met medeverdachten of getuigen. De wet kent daarnaast enkele specifieke gronden voor bijzondere situaties. De ernst van een verdenking alleen is dus niet zonder meer voldoende om iemand in voorlopige hechtenis te houden.
Wat gebeurt er bij de rechter-commissaris?
Wil de officier van justitie dat een verdachte na de inverzekeringstelling langer blijft vastzitten, dan kan hij de rechter-commissaris vragen om de verdachte in bewaring te stellen. De verdachte wordt in dat geval voorgeleid aan de rechter-commissaris. De rechter-commissaris beoordeelt onder meer of de vrijheidsbeneming rechtmatig is en of aan de voorwaarden voor bewaring is voldaan. De advocaat kan tijdens de voorgeleiding verweer voeren tegen de vordering van de officier van justitie. Daarbij kan bijvoorbeeld worden aangevoerd dat onvoldoende ernstige bezwaren bestaan, dat een wettelijke grond ontbreekt of dat voortzetting van de detentie niet noodzakelijk of niet proportioneel is.
Hoe lang duurt de bewaring?
Bewaring duurt maximaal 14 dagen. De rechter-commissaris kan geen bewaring voor een langere periode bevelen. Wanneer het Openbaar Ministerie vindt dat de verdachte na deze periode nog langer moet worden vastgehouden, moet het een nieuwe beslissing aan de rechtbank vragen. Daarmee begint eventueel de volgende fase: de gevangenhouding.
Wat is gevangenhouding?
Na de bewaring kan de officier van justitie de raadkamer van de rechtbank vragen om een bevel tot gevangenhouding. De raadkamer bestaat uit drie rechters die opnieuw beoordelen of de voorlopige hechtenis moet voortduren. Ook op dat moment wordt gekeken of nog steeds ernstige bezwaren bestaan, of een wettelijke grond voor voorlopige hechtenis aanwezig is en of verdere vrijheidsbeneming gerechtvaardigd is. Een bevel tot gevangenhouding kan voor maximaal 90 dagen worden gegeven. De rechtbank kan ook eerst een kortere periode bepalen en de gevangenhouding later verlengen. De omstandigheden kunnen in de tussentijd veranderen. Daarom kan bij iedere nieuwe beoordeling opnieuw worden aangevoerd dat voortzetting van de voorlopige hechtenis niet langer noodzakelijk is.
Kan voorlopige hechtenis langer dan 104 dagen duren?
Ja. De eerste fase van de voorlopige hechtenis bestaat uit maximaal 14 dagen bewaring en vervolgens maximaal 90 dagen gevangenhouding. Samen is dat maximaal 104 dagen. Dat betekent echter niet dat een verdachte na 104 dagen automatisch moet worden vrijgelaten. Voordat de termijn van de gevangenhouding afloopt, moet de strafzaak aan de strafrechter worden voorgelegd. Is het onderzoek nog niet afgerond en kan de zaak nog niet inhoudelijk worden behandeld, dan vindt vaak een pro-formazitting plaats. Tijdens zo'n zitting beoordeelt de rechtbank onder meer opnieuw of de voorlopige hechtenis moet voortduren. Zolang de strafzaak nog niet inhoudelijk kan worden afgerond, moet de rechtbank elke drie maanden opnieuw beslissen over het voortduren van de voorlopige hechtenis.
Wat is een pro-formazitting?
Een pro-formazitting is een strafzitting waarop de strafzaak nog niet inhoudelijk wordt behandeld. Zo'n zitting vindt bijvoorbeeld plaats wanneer een verdachte in voorlopige hechtenis zit, maar het onderzoek van politie en justitie nog niet is afgerond. Tijdens de pro-formazitting kan de stand van het onderzoek worden besproken. Ook kan de verdediging onderzoekswensen naar voren brengen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of de voorlopige hechtenis moet voortduren. De verdediging kan op zo'n zitting verzoeken om de voorlopige hechtenis op te heffen of te schorsen.
Wat is het verschil tussen opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis?
Bij opheffing eindigt het bevel tot voorlopige hechtenis. Een verzoek tot opheffing kan bijvoorbeeld worden gedaan wanneer de ernstige bezwaren zijn weggevallen, wanneer een grond voor voorlopige hechtenis niet langer bestaat of wanneer voortzetting van de detentie niet langer in verhouding staat tot de straf die uiteindelijk te verwachten is. Bij schorsing blijft het bevel tot voorlopige hechtenis bestaan, maar wordt de tenuitvoerlegging ervan onderbroken. De verdachte komt dan vrij onder voorwaarden.
Wanneer kan voorlopige hechtenis worden geschorst?
Een verzoek tot schorsing kan tijdens de voorlopige hechtenis worden gedaan. Bij de beoordeling weegt de rechter het strafvorderlijke belang bij voortzetting van de detentie af tegen het persoonlijke belang van de verdachte om de strafzaak in vrijheid af te wachten. Persoonlijke omstandigheden kunnen daarbij een rol spelen. Denk bijvoorbeeld aan werk, huisvesting, de zorg voor kinderen, medische omstandigheden of de mogelijkheid om een behandeling te volgen. Persoonlijke omstandigheden leiden niet automatisch tot schorsing. De rechter kijkt steeds naar alle omstandigheden van het concrete geval en naar de redenen waarom de voorlopige hechtenis is bevolen.
Welke voorwaarden kunnen bij een schorsing worden opgelegd?
Wanneer de rechter de voorlopige hechtenis schorst, kan hij daar voorwaarden aan verbinden. Voorbeelden zijn een contactverbod met een aangever of medeverdachte, een gebiedsverbod, een meldplicht bij de politie of reclassering, een behandelverplichting of elektronisch toezicht. Welke voorwaarden worden opgelegd, hangt af van de risico's die de rechter met de voorlopige hechtenis wil beperken. De voorwaarden kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat een risico op herhaling, vlucht of beïnvloeding van het onderzoek voldoende wordt beperkt terwijl de verdachte de strafzaak buiten de gevangenis mag afwachten.
Wat gebeurt er als u zich niet aan de schorsingsvoorwaarden houdt?
Wanneer een verdachte zich niet aan de voorwaarden houdt, kan de schorsing worden opgeheven. Dat betekent dat de voorlopige hechtenis opnieuw ten uitvoer kan worden gelegd en de verdachte weer kan worden vastgezet. Het is daarom belangrijk om precies te weten welke voorwaarden aan de schorsing zijn verbonden en deze strikt na te leven.
Wat is het anticipatiegebod?
Bij iedere beslissing over voorlopige hechtenis moet de rechter ook vooruitkijken naar de straf die uiteindelijk waarschijnlijk zal worden opgelegd. Voorlopige hechtenis moet achterwege blijven wanneer ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat bij een veroordeling geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of andere vrijheidsbenemende maatregel zal worden opgelegd. Ook moet worden voorkomen dat iemand door de voorlopige hechtenis langer vastzit dan de vrijheidsstraf die naar verwachting uiteindelijk zal worden opgelegd. Dit wordt ook wel het anticipatiegebod genoemd. Het anticipatiegebod kan vooral belangrijk worden wanneer een verdachte al langere tijd in voorlopige hechtenis zit.
Kunt u tussentijds opnieuw om vrijlating vragen?
Ja. Tijdens de voorlopige hechtenis kan opnieuw worden verzocht om opheffing of schorsing. Dat kan bijvoorbeeld relevant zijn wanneer de omstandigheden zijn veranderd, nieuw bewijs beschikbaar is gekomen, het onderzoek inmiddels grotendeels is afgerond of een eerder aanwezig risico door voorwaarden kan worden ondervangen. Een verzoek kan tijdens een zitting worden gedaan. Ook kan buiten een geplande zitting om een schriftelijk verzoek worden ingediend. Het enkele feit dat een eerder verzoek is afgewezen, betekent daarom niet dat een verdachte gedurende de rest van de strafzaak geen nieuw verzoek meer kan doen.
Kunt u in hoger beroep tegen voorlopige hechtenis?
Tegen een bevel tot gevangenhouding of gevangenneming kan de verdachte in hoger beroep bij het gerechtshof. Daarvoor geldt een zeer korte termijn. In beginsel moet het hoger beroep uiterlijk binnen drie dagen na de tenuitvoerlegging van het bevel worden ingesteld. Ook tegen bepaalde beslissingen over verlenging van de gevangenhouding bestaan mogelijkheden van hoger beroep. Daarbij gelden beperkingen wanneer eerder al hoger beroep tegen een beslissing over de voorlopige hechtenis is ingesteld. Voor andere beslissingen, bijvoorbeeld over een verzoek tot schorsing of opheffing, gelden afzonderlijke regels. Vanwege deze korte termijnen is het belangrijk om direct na een beslissing te beoordelen welke rechtsmiddelen mogelijk zijn.
Wat is gevangenneming?
Gevangenneming is net als bewaring en gevangenhouding een vorm van voorlopige hechtenis. Het verschil is dat een verdachte bij gevangenneming op dat moment niet al op grond van een bevel tot voorlopige hechtenis vastzit. Een verdachte kan bijvoorbeeld aanvankelijk op vrije voeten zijn, waarna de rechtbank later op vordering van het Openbaar Ministerie beslist dat hij toch in voorlopige hechtenis moet worden genomen. De wettelijke voorwaarden voor voorlopige hechtenis blijven daarbij van toepassing.
Wordt de tijd in voorlopige hechtenis van de straf afgetrokken?
Wanneer uiteindelijk een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd, wordt de tijd die de verdachte vóór de uitspraak al in voorarrest heeft doorgebracht daarop in mindering gebracht. De periode die iemand al heeft vastgezeten, komt dus niet bovenop de uiteindelijk opgelegde gevangenisstraf. Wordt een verdachte vrijgesproken, dan eindigt de voorlopige hechtenis. Onder voorwaarden kan vervolgens een verzoek worden gedaan om vergoeding van schade als gevolg van het ondergane voorarrest.
Geldt voorlopige hechtenis ook voor minderjarigen?
Ook een minderjarige verdachte kan in voorlopige hechtenis worden genomen. Voor minderjarigen gelden echter aanvullende uitgangspunten. Vrijheidsbeneming van een minderjarige moet zoveel mogelijk worden beperkt en de rechter moet nadrukkelijk kijken of de voorlopige hechtenis kan worden geschorst. Afhankelijk van de omstandigheden kunnen bijvoorbeeld voorwaarden worden gesteld waardoor een minderjarige thuis kan verblijven. Ook nachtdetentie of elektronisch toezicht kan in bepaalde situaties aan de orde zijn. Bij de beslissing over voorlopige hechtenis van een minderjarige is een kinderrechter betrokken.
Veelgestelde vragen over voorlopige hechtenis:
Kan ik tijdens de voorlopige hechtenis vrijkomen?
Ja. De rechter kan de voorlopige hechtenis opheffen of schorsen. Bij schorsing komt u vrij onder voorwaarden.
Kan voorlopige hechtenis worden geschorst met een enkelband?
Dat is mogelijk. Elektronisch toezicht door middel van een enkelband kan als bijzondere voorwaarde aan een schorsing worden verbonden wanneer de rechter dat passend vindt.
Kan ik vaker om schorsing vragen?
Ja. Ook nadat een eerder verzoek is afgewezen, kan een nieuw verzoek worden gedaan. Vooral gewijzigde omstandigheden kunnen aanleiding geven om de rechter opnieuw om schorsing te vragen.
Juridische bijstand bij voorlopige hechtenis
Een beslissing over voorlopige hechtenis kan grote gevolgen hebben. Tijdens de verschillende fasen kan worden beoordeeld of de ernstige bezwaren en gronden nog bestaan, of opheffing mogelijk is en of de belangen die met de voorlopige hechtenis worden beschermd ook door schorsingsvoorwaarden kunnen worden ondervangen. PLUS Advocaten behandelt strafzaken vanaf de eerste fase bij de politie tot en met procedures bij de rechter-commissaris, raadkamer en strafrechter.
Deze pagina bevat algemene informatie over het Nederlandse strafrecht. De juiste aanpak is afhankelijk van de omstandigheden van de individuele strafzaak.
Auteur: mr. M.J. Rubberg, advocaat strafrecht
Datum: 13 september 2026